Sponsors

Column Nijs 10: Delict verjaard

Ik heb er lang over nagedacht maar ik kan het nu wel schrijven. Het delict is inmiddels verjaard. Ongeveer twintig jaar geleden voetbalde ik onder een valse naam mee met het tweede team van HSSC’61. Als speler van EversteinA1 werd ik door stapvriendjes overgehaald om een probleem voor ze op te lossen. Wij speelden die zaterdag zelf niet en onder de waarschijnlijke naam “Kooijman of Bor” of iets in die trant werd ik weggemoffeld op de spelerslijst.

Destijds was dit team vermaart maar blonk het niet uit wanneer het om sportieve prestaties ging. Bij het team gold één regel: de kantinebeheerder moet te allen tijde zijn biervoorraad op peil houden.



Met HSSC’61 was het dus dat ik een gedenkwaardige wedstrijd speelde. Op uitnodiging van twee vrienden uit Schoonrewoerd had ik me gemeld op de parkeerplaats van het Plein in Hei en Boeicop. Als voetballer van Everstein A1 werd kennelijk het nodige vuurwerk van me verwacht, want de trainer-leider-verzorger van het HSSC’61 stelde me voor als het ‘geheime wapen’.

Slechts negen man telde het groepje dat zich die zaterdagmorgen in alle vroegte klaarmaakte voor een trip naar Noordeloos. De trainer-leider-verzorger maakte zich geen zorgen. Hij miste nog twee jongens, maar de twee die ontbraken waren geen mensen van de klok en kwamen altijd. Hij kreeg gelijk.

De aankomst van de ontbrekende twee, Hens de With en John Vuurens was memorabel. Een hevig claxonerende geblindeerde Ford Taunus naderde met hoge snelheid, remde met piepende banden en parkeerde, waarbij soepel gebruik werd gemaakt van de handrem, met een zwiep precies in het lege vlak tussen twee auto’s. Ondanks dat John net zijn rijbewijs had leek het waarschijnlijk dat hij dit vaker had geoefend want het paste precies. Toen ze uitstapten vielen twee dingen op: John droeg een fopneus met fopsnor en beiden hadden een drankje in hun hand. De ijsblokjes rinkelden nog vrolijk in de glazen.

In Noordeloos werd duidelijk dat ik het spel moest maken en dat daarom ,,alle ballen naar die van Everdingen” moesten. De warming-up bestond er uit dat iedereen de bal zo hard mogelijk over of naast het doel schoot. Vond de keeper niet erg, omdat ie zo ongehinderd zijn sjekkie kon roken. Toen de scheidsrechter, ik schatte de man op een jaar of zeventig, zijn gebruikelijke praatje met de aanvoerders hield, bleek dat we de grensrechter waren vergeten. Die was vlak voor het vertrek uit Hei en Boeicop nog even gaan plassen in de kantine en dat was iedereen ontgaan.

De enige supporter, een geblesseerde speler, bood hulp. Hij wilde wel vlaggen. Probleem was evenwel dat de jongen op krukken liep. De kwestie werd opgelost door middel van een touwtje dat de vlag aan een van de stokken verbond. De gemankeerde grensrechter hinkelde maar wat mee en werd natuurlijk door niemand serieus genomen.

Het was al met al een gezellige middag. Tót het moment vlak na rust. Ik stapte in een kuil en moest geblesseerd het veld af. Dat ging nog niet zo eenvoudig. Met een enkel die met de seconde dikker werd, sleepte ik mezelf letterlijk naar de kleedkamer waar ik mijn pijnlijke gewricht onder het koude kraanwater koelde. Ik heb er gezeten totdat de ploeg vloekend en tierend vanwege alweer een forse nederlaag, binnenkwam.

Mijn eenmalige teamgenoten vonden het lullig voor me. Doe je een keer mee, gebeurt dit! Een EHBO-doos was er niet zodat mij maar één ding restte: veel bier drinken, want dat verdooft de pijn, sprak de ineens serieus kijkende aanvoerder.

John Vuurens  probeerde me nog op te vrolijken en zette zijn fopneus en dito snor weer op. Dat vonden de meeste jongens wel grappig. Ik wilde niet kleinzielig doen en ben met het team teruggereden naar de Hei en Boeicop kantine. En het moet gezegd: na een biertje of acht voelde ik de pijn in de enkel niet meer. Die kwam ’s avonds onevenredig hard terug. Op de enkel zat inmiddels een bult ter grootte van een tennisbal zodat mijn vader de enige juiste beslissing nam. We moesten naar het ziekenhuis. Daar legde ik de verbaasd kijkende dokter uit wat er gebeurd was die ochtend. En dat ging, aangezien ik met dubbele tong sprak, niet gemakkelijk. Zijn conclusie was echter helder: gescheurde enkelbanden, een week of zes uit de roulatie. Mijn toenmalige coach Rinus Swamborn en ploeggenoten van Everstein A1 heb ik verteld dat ik van de trap was gevallen…

 

Nijs

 

 

 

Upload zelf bestanden

Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!