Column Nijs 11: De bal is rond

Column Nijs 11: De bal is rond

De bal is rond

 

Van alle oude voetbalwijsheden – ‘voetbal is oorlog’, ‘de sterkste wint’, ‘de scheidsrechter bepaalt hoe ver je kunt gaan’, enzovoort, enzovoort – kunnen we ‘de bal is rond’ beschouwen als de moeder aller clichés. Het ligt zó voor de hand, dat het gegeven in de roemrijke geschiedenis van dit edele spel nooit ter discussie stond. 

De uitdrukking wordt te pas en te onpas gebruikt, je zult misschien denken: het kan alle kanten op. Het gekke is: dat is juist niet het geval. Ten minste niet wat het gedrag van de bal betreft. Als de bal rond is, zijn de bewegingen min of meer voorspelbaar. De bal rolt.
Een speler die de bedoeling heeft een teamgenoot te bereiken, heeft grote kans van slagen. Vooral wanneer er netjes met de binnenkant van de voet wordt gespeeld. Het projectiel gaat negen van de tien keer in de bedoelde richting. Of de bal aankomt, staat in de sterren geschreven, zeker in de kelders van het amateurvoetbal, maar in geval van een mislukte pas ligt dat zeker niet aan de bal. Die doet gewoon wat hem opgedragen wordt. 

Een bal is rond en doet dus wat hij wil. Maar meer details over een vijfje zijn voor de meesten van ons ook niet altijd even duidelijk. Zo was er ooit een befaamde spelregelavond (1985 of zoiets) in de kantine van Leerdam Sport. Vele Everstein jongelingen waren gestrand in de voorronde die zich had afgespeeld in onze eigen kantine. Andre van Der Gun, Constantijn Sleeuwenhoek en Elise Hol mochten onze vereniging vertegenwoordigen in Leerdam en hadden zich daarvoor ook aardig voorbereid. Vele ingewikkelde buitenspelsituaties, veel haast ondenkbare regeltjes werden opgeslagen in de boze bolletjes. Echter de details over de tegenwoordig met ruimtevaarttechnologie ontwikkelde bal bleken toen al moeilijk in te schatten.

Tijdens de individuele ronde werd de volgende vraag op ons afgevuurd. Wat is het gewicht van een vijfje. Elise mocht voor ons deze onverwachte en dus lastige vraag beantwoorden. Enigszins zwetend door de felle lampen die op ons waren gericht, de stilte viel in. “Vijf kilo”, was haar antwoordt nog vol zelfvertrouwen. Een stilte viel. Toen wat hoongelach en de bordjes van de jury bleven naar beneden. De bal bleef voor even een mysterie.

Dat de bal een mysterie is dat is nu duidelijk maar aan de andere kant. De bal doet wat hij wil, maar niet altijd…

Zo maakte ik ooit de mooiste inworp ooit mee, welke bewees dat de bal niet altijd doet wat hij wil. In Asperen speelde we ooit met de A1 een gezapig potje voor de competitie. Johan Scholman onze noeste werker op het middenveld pakte de bal en wilde ingooien. Neenee, riep de scheidsrechter, de andere kant op. Scholman draaide zich om draaide zich om en gooide de bal in de bosjes. De bal doet dus bijna altijd wat hij wil…

 

Nijs

 

Upload zelf bestanden

Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!