Column Nijs 3: Curacao

Column Nijs 3: Curacao

Nijs op Curacao

 

Dit verhaal gaat over de liefde voor de bal…

In het vliegtuig op weg naar Curacao, deelde ik afgelopen week al gauw de VI en de Elf met mijn Marokkaanse buurman. Op het multimediale systeem van Arke Fly konden we ook nog gaan genieten van een herhaling van de WK finale van 2010. Maar nee dat deed teveel pijn. Nee, de loting aanstaande vrijdag voor het komende EK 2012 moest ons weer wat lucht geven. Niet meer terugdenken aan de verloren finale tegen Spanje, nee revanche in Polen en Oekraine dacht ik zo. Aangekomen op het vliegveld ging ik in het donker op zoek naar het hotel. En als ik zeg donker bedoel ik ook donker. Pikkedonker. Na een ruim uur zoeken plofte ik op een bed. En wat bleek, hier geen internet aansluiting en ook geen tv zender met enige relevantie. De dag erop moest ik werken dus de zinnen werden volledig verzet. Ik trof op het bedrijf een stagiair aan die al een half jaar op het eiland verbleef. Hij vond het geweldig behalve een ding, hij miste de bal. “Je kunt hier echt niet ballen. Te heet en geen veld te bekennen.” Later besloten we de volgende dag samen naar het Emilio Hato stadion te gaan op zoek naar een bal en een vers gemaaid veld. In de vroege avond tokkelden we in de gehuurde Suzuki Swift uit 1986 naar het Hato  stadion. Het nationale stadion, vernoemd naar de meest beroemde voetballer aller tijden op het eiland, Emilio Hato. De hekken leken dicht maar we lieten ons niet direct kisten. “Kom op we lopen even rond. Even later steeg de spanning want rammelend aan een hek bleek vak E niet goed afgesloten. Het verbaasde ons niks. Wie is er verantwoordelijk voor het hek van Vak E, dat weet helemaal niemand op dit eiland. De poort viel achter ons ineen gammel slot, even keken we geschrokken achterom, maar ach wat we waren binnen. Dit stadion werd vorig jaar nog bespeeld door Ajax en NEC tijdens het enige jaarlijkse toernooi op het eiland  “de Chippie Polar Cup”. In de versie van 2012 zal ook Feijenoord zijn opwachting maken. We liepen door over de sintelbaan in de richting van het doel. Hier was afgelopen oktober de WK droom van het elftal van Curacao aan diggelen gegaan. Na drie nederlagen tegen Antiqua en Haiti was het over voor het elftal wat veelal bestaat uit spelers uit competities buiten het eiland. Ook in de Nederlandse topklasse en eerste klasse lopen er internationals uit Curacao. Aangekomen bij de doelmond verbaasde wij ons over het hobbelige veld. “De bal moet hier toch gekke dingen doen”, dachten we zo. Een probleem op Curacao, een eiland wat alleen maar zomer kent, en maar 500 ml regen per jaar krijgt, is  dat er natuurlijk nergens echt lekkere velden te vinden zijn. Het ontbrekend element: infrastructuur. Wij dachten inmiddels alleen maar meer aan de bal. Waar kunnen we een bal vinden. Die hadden we zelf mee moeten brengen natuurlijk. Maar een lekker vijfje vindt je op het hele eiland niet.

Maar toen als een geschenk uit de hemel gebaarde een donkere,zeg maar pikzwarte man op een vehikel wat op een fiets moest lijken dat we zijn kant uit moesten komen. Deze zwarte uitvoering van Aart Oskam op een driewieler riep iets naar ons. Waarschijnlijk in het Papiemento. Een smeltkroes van verschillende talen waar zelf de nonnen in Vught zich niet aan wagen. Wij liepen met de handen noncha in de zakken op de man af en hielden ons voorlopig even van de domme. “How did you come in”?. “Ingang E was open”,antwoordde we kort.. De man keek verbaasd en blies wat onverstaanbaars in een walkie talkie. “Heeft u een bal voor ons misschien. We willen effe wat tikken.”. De man keek alsof hij het op Aruba hoorde donderen en spuugde weer wat speeksel door de microfoon. We dachten er nu toch onderhand aan om af te druipen maar het gestommel vanuit de spelerstunnel pakte onze aandacht. Een gedrongen man kwam met een zak met ballen op de rug aangelopen. Hij liet de ballen de zak ontglippen en paste met links een balletje aan. “Laat maar wat zien zij hij”. We draaiden ons om en via enkele flitsende een tweetjes schoten we uiteindelijk op het doel. Geen verdediger zou eraan komen zo snel en soepel ging het.

We speelde lekker door en de man die de uitstraling leek te hebben van een trainer keek tevreden vanonder zijn witte Adidas pet. “Stop, even wat drinken”, beval hij na een kwartiertje. Het zweet gutste ons allebei onder de oksels vandaan. Wij verbloemden inmiddels de uitputting die naderbij was want inmiddels dachten wij dat deze man ons iets te vertellen had. “Ik heet Etienne Siliee, bromde de man. Het zei ons niets maar Ettienne zo blijkt bepaalt al twintig jaar het voetbaltechnisch beleid op Curacao. “Volgende week spelen wij hier een potje voor de WK kwalificatie. We zijn al uitgeschakeld en nu komt er geen speler meer uit Europa over. Indien jullie tijd hebben zijn jullie bij deze geselecteerd.” We keken elkaar ongelovig aan, maar what the heck. We doen het. “Zeg maar waar en wanneer en we zullen er zijn”, klonk het dapper. “Volgende week na het lichtjesfeest om 19.00 hier verzamelen bij het hek van ingang E.”, beval Ettienne. De man draaide zich om en ook de materiaalman trapte zich een weg door het droge stof om samen uit het zicht te verdwijnen. Wat overheerste was verbazing maar ook trots dat we zo een verpletterende indruk hadden achtergelaten. En ach deze man moest er toch verstand van hebben. We besloten onze selectie te gaan vieren tussen de locals in bar Constanzia in Willemstad. De lokale dushi’s schudde hun gigantische billen op de klanken van Caribische hip hop. Maar wij hadden er nauwelijks oog voor. Wij vierden dronken van geluk met een Corona proostend onze selectie. Arm in arm struinden we veel later via de boulevard en enkele donkere steegjes naar mijn hotel. De klok gaf twee uur ’s nachts aan. Te vroeg nog om naar Nederland te bellen om mijn blijdschap te delen met iemand. Geselecteerd voor het nationale team van Curacao. Hoe dichtbij moet het Nederlands elftal dan zijn dacht ik even. We gingen slapen. We zouden morgenvoeg wel kijken wat er allemaal van over was……         

Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!