Column Nijs 1: Lekker ballen in de zomer.

Column Nijs 1: Lekker ballen in de zomer.

Lekker ballen in de zomer.


Sommige zullen het herkennen. Je kreeg of krijgt van je trainer een mooi schema mee voor in de vakantie. Geen speler heeft daar uiteraard zin in, maar om niet helemaal als een ontplofte gehaktbal op de eerste training te verschijnen kiest je voor de tussenoplossing: campingvoetbal. Een half uur partijtje op de camping staat gelijk aan anderhalf uur duurtraining in Nederland, toch?


Ook ik heb me er dit jaar eens aan gewaagd op onze camping in Serooskerke (Zeeland) Het stond bij de wc’s in twee talen aangeplakt. In t’Duits en in onze moerstaal. 80% van de campinggasten zijn Duitsers. En voetbal is in de heimat ook een eerste levensbehoefte. Mijn “voetbalduits” is redelijk dus ik waagde het erop. Leuk dacht ik dus nog, maar als je om vijf voor acht arriveert weet je: dit wordt niks. Behalve mijzelf stonden er twee Nederlanders, terwijl verderop drie iets te zware Duitsers gehuld in het lelijke shirt van de Mannschaft in het gras liggen te wachten. Als je geluk hebt kun je om kwart over acht terug naar de tent, als je pech hebt komt er net op dat moment een groep van twintig man aankakken, onder aanvoering van een  Amsterdammer met de grootste bek van de camping.


Die Amsterdammer deelt wel effe “de groepies” in en plaats jouw al snel bij de Duitsers. “Zikkie terug” wat was dat ook alweer in het Duits vraag je je nog af, maar de strijd is al begonnen. Ik had me enigszins bescheiden als linkshalf geposteerd maar kreeg geen enkele fatsoenlijke bal in de voeten. En ik beken op mijn leeftijd rendeer ik toch echt alleen met de bal in de voet. Daarbij is 30 graden veel te heet om te zweten zullen we maar zeggen. De Amsterdammer van de tegenpartij heeft voor de spitspositie “een kanjer” namelijk Arie. Arie is de vriend van de Amsterdammer.  De Amsterdammer en zijn vriendje lijken alleen nog oog te hebben voor elkaar, dus al snel lopen er enkele spelers verveelt omhoog te kijken naar de brandende zon. Nee, Arie kan er natuurlijk helemaal niks van  (‘bekék het, ik gaat met deze kolerehitte niet op diepe balle lope’), behalve keihard vloeken na een mislukt schot. Na vijf minuten gutst het zweet van zijn hoofd, zodat duidelijk wordt waarom hij voetbalt met een handdoek om zijn nek.


Nee dan die Duitsers, ze kijken meewarig naar de tegenstanders en nemen af en toe een raam om een volledig overbodige sliding in te zetten waardoor de sfeer zelfs enigszins vijandig wordt. Iedere bal over de middenlijn wordt direct op doel geknald. “Bitte abspielen”,klinkt voor de Duitsers als Afrikaans waarschijnlijk want een bal zie ik niet meer. Kaatsen, balletje breed of een steekpassje is aan de gemiddelde campingvoetballer dus niet besteed. Rammen op die goal lijkt het devies. De bal eindigt menig keer in voortent of pardoes op een skottel braai wanneer er op het enthousiasme geen rem lijkt te zitten.


En dan de scheids, iemand van het animatieteam. Dan ben je helemaal klaar. Het animatieteam bestaat uit jongens en meisjes die in de vakantie wat bijverdienen door jeugd bezig te houden, maar ze houden vooral elkaar bezig.


Nee de neiging om gewoon weg te lopen werd bijna onbedwingbaar. Zeker toen de Amsterdammer in de overtuiging geraakte dat hij jou en ook alleen jou moest gaan coachen. Zodra ik over de middellijn liep hoorde ik schreeuwen: ‘Hé Koeman, je ken beter effe op je plek blijfe.


Mijn plek was onder de veranda met een koel biertje. “Wat ben je vroeg terug”, vroeg mijn vrouw. “Oh, het is afgelast,te weinig animo”,en ik liet me weer heerlijk in de campingstoel zakken.

Nijs.

Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!